Hulpverleners onder vuur in Libanon: 'We zijn geen partij, en toch een doelwit'

donderdag, 2 april 2026 (18:17) - Het Parool

In dit artikel:

Hulporganisaties in Libanon worstelen met een steeds gevaarlijker en moeilijker te bereiken crisis nu het geweld tussen Israël en Hezbollah sinds 2 maart opnieuw is geëscaleerd. In Beiroet werkt Jeanne-Marie Elias (ICRC) aan water- en huisvestingsprojecten en constateert dat de omvang van de verwoesting en de humanitaire noden “groter en zwaarder” zijn dan eerdere schermutselingen. Aanvallen van Israël — en volgens het artikel reacties op acties tegen Iran en de dood van diens opperste leider — leidden ertoe dat Hezbollah zijn raketaanvallen hervatte en het bestand definitief uiteenviel.

De effecten zijn grootschalig: meer dan 1,1 miljoen ontheemden, uitgebreide schade aan wegen, bruggen en energie-infrastructuur, en verstoring van water- en sanitaire systemen. Ocha meldde meer dan 1.200 doden en ruim 3.500 gewonden sinds de escalatie; daarnaast registreerde de VN 87 aanvallen op hulpverleners met 52 dodelijke slachtoffers. Volgens de WHO zijn 64 gezondheidsfaciliteiten aangevallen en minstens vijf ziekenhuizen buiten gebruik.

Operationeel vertaalt zich dat in kapotte leidingen en stilgevallen pompstations. Het ICRC leverde in de eerste weken brandstof aan bijna 75 pompstations, omdat veel installaties afhangen van privé-aggregaten in een land waar elektriciteit al jaren schaars is. Zodra generatoren uitvallen, droogt de watertoevoer snel op en gaan gebieden van enkele uren stroom naar nul.

Toegang vormt het grootste obstakel voor hulpverlening. Ambulancediensten en lokale aannemers voelen zich onveilig; technici durven minder te bewegen en gaan alleen nog wanneer hulporganisaties hen begeleiden. Dat vergt extra personeel en planningscapaciteit, terwijl de behoeften simultaan toenemen en iedereen in het land zelf door de crisis is getroffen. Vincent Lovergine (ICRC) benadrukt dat het probleem meer door gebrek aan veilige toegang dan door geld wordt veroorzaakt. De aanhoudende dreiging en slaaptekort van teams beïnvloeden bovendien de mentale gezondheid van hulpverleners; sommigen weigeren nog naar het zuiden te gaan.

Opvangcapaciteit is ontoereikend: in het Camille Chamounstadion verblijven circa 1.200 mensen, terwijl 3.000 nodig zouden zijn; officiële shelters huisvesten volgens het ICRC ongeveer 136.000 mensen en zitten voor 98 procent vol. Veel ontheemden vinden tijdelijke opvang bij familie, huren iets of belanden op straat; langs de kust verschijnen tenten op boulevardgebieden. Ook in tijdelijke schuilplaatsen zijn bewoners risico’s; bij bombardementswaarschuwingen wordt soms in de lucht geschoten en komen kogels neer.

Humanitair coördinator Shawky Amine Eddine wijst erop dat burgers de grootste prijs betalen: het huidige conflict stapelt zich bovenop jarenlange economische én infrastructuurcrises, waardoor mensen niet alleen bescherming nodig hebben, maar ook iets om naar terug te keren.